Over Denise en haar film
Sergio Leone en Ennio Morricone zaten in het schooljaar 1937 bij elkaar in de klas. Deze toevalligheid is vereeuwigd op een klassenfoto die aan de muur van een Romeins restaurant hangt. Documentairemaker Denise Janzée vraagt zich af wie het jongetje is dat tussen de genieën in wording zit. Haar My Name Is Nobody is een spitsvondige studie naar anonimiteit en tegelijkertijd een romantische lofzang op filmstad Rome en haar charmante inwoners.
Binnen luttele minuten maakt Janzée de dochter van actrice Willeke van Ammelrooy en stiefvader Marco Bakker ons deelgenoot van haar ongebreidelde nieuwsgierigheid. Ook wij willen koste wat kost weten wie de vreemdeling was of is. Tijdens het gesprek vertelt ze over haar intrinsieke motivatie om deze film te maken. "Ik ben opgegroeid met twee beroemde ouders. Over beiden heb ik een film gemaakt. En nu wilde ik het leven van zomaar iemand belichten. "Het hoeft niet altijd over roem te gaan; daarom voelde ik me onbewust aangetrokken tot die foto."
Een verhaal vertellen dat ontdaan is van roem is evenwel een opgave: zonder Leone en Morricone was Janzée’s documentaire nooit tot stand gekomen. Toch grossiert haar film in minuscule portretten van onbekende Italianen, die heel even in beeld komen. "Als je bij mensen aanbelt, dan willen ze niets met je te maken hebben. Maar zodra je ze face to face ontmoet op het pleintje bij de kerk, krijg je contact. Dan vinden ze het heerlijk om te praten. Vooral over dat ze Bertolucci kennen. Maar op een gegeven moment is er dan een kentering en gaan ze zelfs over Grisanti vertellen, alsof hij ook een bijzonder iemand is geweest."
“In Rome is alles film: de wijze waarop de mensen praten, en de sfeer."
Gaandeweg leert Janzée de anonieme ziel kennen, en komt ze op plekken waar hij ooit rondliep, waaronder die basisschool, waar een non uitgelaten verteld over de fameuze alumni die ooit in de hallen wandelden. "Ze heeft het alleen maar over Morricone, terwijl wij benieuwd zijn naar dat andere jongetje." Ze zet uiteen hoe we als kijker de neiging hebben de levens van de mensen om ons heen in te vullen in onze gedachten, net zoals we dat dikwijls doen met heiligen. "Ik hoopte dat Grisanti een man was die zijn leven lang in hetzelfde huis had gewoond. Het tegenovergestelde van roem."
Onbekendheid leeft echter bij de gratie van roem en vice versa. Een interview met Morricone is onoverkomelijk. Als Janzée de grootmeester in zijn appartement voor de camera krijgt, dan is het een beproeving om de focus te verleggen naar zijn vroegere medeleerling. "Het gaat immers altijd over hemzelf. Over zijn muziek." We zien een hoogbejaarde man die met tegenzin toestemming geeft voor een gesprek dat op een vooraf afgebakende manier moet worden gevoerd. "Je mag alleen maestro zeggen." Roem doet wat met de mens, zo vertelt ze. "Morricone is de belichaming van roem in een kooitje. Je ziet in mijn beleving een ongelukkige man die geen contact met mensen kan maken omdat hij vastzit in zijn eigen beroemdheid."
Tussendoor dwaalt de camera af in appartementen van de Romeinen uit de film, zoals je als toerist in Trastevere geregeld buiten de gebaande paden struint. Is Janzée’s documentaire ook een portret van de Eeuwige Stad? "Dat was niet de bedoeling. De foto die als uitgangspunt dient voor mijn film had net zo goed in Zweden kunnen hangen." Hoewel de filmmaker haar liefde voor Italiaanse cinema niet onder stoelen of banken steekt — de film zit vol plezierige anekdotes.
Denise Janzée - My Name Is Nobody